Roestvrijstaal
Roestvast staal ook inox of RVS genoemd,
en in de volksmond beter bekend als roestvrij staal is een
legering van hoofdzakelijk ijzer, chroom, nikkel en koolstof.
Om van roestvast staal te kunnen spreken, is minimaal 10,5%
chroom nodig en maximaal 1,2% koolstof.
Verder zijn ook de elementen molybdeen, titanium, mangaan,
stikstof, silicium terug te vinden in veel soorten roestvast
staal.
Het eerste roestvaste staal werd op 13
augustus 1913 gegoten door Harry Brearley in het laboratorium
Brown-Firth, nadat hem in 1912 gevraagd was onderzoek te doen
voor de wapenindustrie.
Roestvrijstaal of
roestvaststaal
De benaming "roestvrij" die in de
volksmond voor roestvast staal gebruikt wordt, is onder
metallurgen uit den boze. Roest"vrij" staal zal wel degelijk
roesten. Deze oxidehuid is echter afsluitend, waardoor geen
verdere roestvorming zal plaatsvinden. In omstandigheden die
hardnekkig genoeg zijn, of bij beschadiging van de beschermende
oxide-huid, kan de roestvorming plaatselijk extra snel
plaatsvinden. Dit wordt o.a. veroorzaakt door chloriden of
andere metalen die zich nestelen in het oppervlak. Dit is ook
de reden, waarom bij het bewerken van RVS geen stalen
gereedschappen gebruikt mogen worden. Praktischer is echter om
na het verwerken, het RVS te behandelen waarbij alle mogelijke
verontreinigingen worden verwijderd. Dit is het zogenaamde
beitsen, waarbij langs chemische weg alle verontreinigingen
worden opgelost en verwijderd.
|